2020-03-30

De eeuwige discussie: partners wonen feitelijk samen, en voeren samen een huishouding (boodschappen, elektriciteit, verwarming, onderhoud,…), maar plots botert het niet meer. Men besluit uit elkaar te gaan, oude koeien worden uit de gracht gehaald, en er ontstaat een ruzie over wie nu precies wat betaald heeft, en wat de andere nog zou moeten terugbetalen. Een moeilijke discussie, zo blijkt ook uit recente rechtspraak.

Feitelijk samenwoning en relatiebreuk: vergoeding?

 

De eeuwige discussie: partners wonen feitelijk samen, en voeren samen een huishouding (boodschappen, elektriciteit, verwarming, onderhoud,…), maar plots botert het niet meer. Men besluit uit elkaar te gaan, oude koeien worden uit de gracht gehaald, en er ontstaat een ruzie over wie nu precies wat betaald heeft, en wat de andere nog zou moeten terugbetalen. Een moeilijke discussie, zo blijkt ook uit recente rechtspraak.

Wil je op de hoogte blijven van de recentste ontwikkelingen? Ontvang geregeld een mail met de nieuwe artikels! Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief

Al een tijdje zien we in de rechtspraak de bevestiging dat ook feitelijk samenwonende partners een ‘natuurlijke verbintenis’ hebben ten aanzien van elkaar. Iedere partner wordt dus geacht om, in verhouding tot haar/zijn mogelijkheden, bij te dragen in de lasten van de gezamenlijke huishouding (zo onder meer Rechtbank eerste aanleg Antwerpen 1 februari 2019). Dat wil zeggen dat de bijdrage in deze kosten – in de mate van de eigen mogelijkheden natuurlijk – bij een relatiebreuk niet kunnen worden teruggevorderd van de ex-partner. Bovendien moet de vraag worden gesteld hoe groot de ‘natuurlijke verbintenis’ is tussen feitelijk samenwonende partners. Hier kleven helaas geen objectieve normen op, maar dezelfde rechtbank is wel van oordeel dat de grootte mede bepaald wordt door de duurtijd van de relatie. Hoe langer een relatie tussen feitelijke samenwoners dus duurt, hoe groter de lasten van de gezamenlijke huishouding dan zouden worden, en dus hoe minder er bij een relatiebreuk zou kunnen worden teruggevorderd.

En wat met de uitgaven gedaan door een feitelijk samenwonende partner die verder gaan dan de loutere lasten van de gezamenlijke huishouding? Ook dit wordt niet geregeld voor het Burgerlijk Wetboek, waardoor men in de praktijk terugvalt op algemene beginselen (zoals ‘de verrijking zonder oorzaak’). De toepassing van deze beginselen wordt streng beoordeeld door de rechters. Zo denken we aan het criterium dat de vermogensverschuiving destijds van de ene partner naar de andere partner ‘zonder oorzaak’ diende plaats te vinden, om nu de uitgaven te kunnen terugvorderen. Het Hof van Cassatie (arrest 12 oktober 2018) is van oordeel dat ook de behartiging van het eigenbelang een oorzaak is. Blijkbaar had een man op een papiertje verklaard dat hij een woning aan mevrouw, zijn vriendin, zou verschaffen, betaald met zijn eigen gelden. Hij deed dit om hun relatie een nieuwe start te geven: hij had dus niet de bedoeling om de woning uit vrijgevigheid te schenken aan mevrouw, maar wel om zo de relatie, gezien de moeilijke periode die ze meemaakten, een doorstart te geven. Volgens het Hof van Cassatie volstaat dit om te kunnen spreken van ‘een oorzaak’, waardoor de man niet kan terugvorderen op basis van de theorie ‘verrijking zonder oorzaak’. Misschien waren er andere gronden mogelijk om terugbetaling te vorderen? Wellicht, maar ook daar merken we dat rechters deze streng toepassen, en dus niet heel makkelijk geneigd zijn om vergoedingen voor gedane betalingen/investeringen bij een relatiebreuk toe te staan.

We merken al enkele jaren een tendens in de rechtspraak waarbij de bijdrageplichten in de gezinslasten, voor de meesten steevast gelinkt aan het huwelijk, ook gelden voor feitelijk samenwonende partners. Het gaat om betalingen die bij een relatiebreuk niet kunnen worden teruggevorderd, omdat ze een ‘natuurlijke verbintenis’ zijn, en dus deel uitmaken van de lasten en plichten die volgen uit het samenwonen, ook al bepaalt de wet hier niets over.

En ook voor hetgeen (één van) beide partners bovenop deze ‘samenwoningslast’ zou hebben betaald, dient niet per definitie terugbetaald te worden bij een relatiebreuk. Er zal uit een geheel van feiten moeten worden nagegaan wat juist de bedoeling was van de ex-partner die de teruggave vraagt. Alleszins blijkt dat eigenbelang, zoals het in stand willen houden van een relatie, een oorzaak is die kan verhinderen dat een betaling kan worden teruggevorderd.

Voor samenwoners geldt dus net hetzelfde als voor gehuwden: durf even door de romantische mist heen te kijken, en denk samen na over de doemscenario’s, zoals een relatiebreuk. Dit zal u toelaten afspraken, overeenkomsten,… te maken, waarmee later discussies en ruzies zo veel als mogelijk kunnen worden vermeden.

Connecteer met Wealth Structuring Services

Er zijn verschillende mogelijkheden om contact te houden...
- connecteer via Linked,
- schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van actuele ontwikkelingen.

Contact


Zit je met een concrete vraag en wil je graag dat die bekeken wordt? Bel of mail Tim!

 

Nieuwsbrief


Wil je, vrijblijvend, op de hoogte blijven van de recentste ontwikkelingen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Je ontvangt geregeld een mail met de nieuwe artikels.